Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 mei 2016
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 12 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2759.
Tegen de wijziging van de vordering is door de Rabobank geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal op dit gewijzigde verzoek beslissen. Ten aanzien van verzoek, geldt dat artikel 843a Rv spreekt over een vordering: een verzoek of vordering op grond van artikel 843a Rv kan worden gedaan als zelfstandige vordering bij dagvaarding en in een lopend geding (ECLI:NL:HR:2006:AX7774). Naar het oordeel van de rechtbank kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor niet worden aangemerkt als een lopend geding: dit verzoek wordt immers juist ingediend om te bewerkstelligen dat getuigen worden gehoord voordat een geding aanhangig is of wordt gemaakt. De verwijzing van de Hoge Raad in de beschikking van 18 februari 2000, (ECLI:NL:HR:2000:AA4877) in r.o. 4.1.3 naar “eiser of verzoeker” ziet kennelijk op verzoekers in (andere) verzoekschriftprocedures die als “een lopend geding” kunnen worden aangemerkt en die in dat kader een verzoek op de voet van artikel 843a Rv hebben gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb2f4d5bde069a278d68d2ea544a55ee4422f85880e760d97d8bd8a6edc44eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb2f4d5bde069a278d68d2ea544a55ee4422f85880e760d97d8bd8a6edc44eb, en de alinea staat in dat document op bytes 15641 tot 16656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebb2f4d5bde069a278d68d2ea544a55ee4422f85880e760d97d8bd8a6edc44eb | shasum -a 256