Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016

Onder 4.4.4 Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2817.

Hiervoor heeft de rechtbank reeds overwogen dat kan worden bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten zich heeft bezig gehouden met het voorbereiden van een liquidatie. Het is een feit van algemene bekendheid dat daders van een liquidatie daarbij gebruikte (vlucht)auto(s) in brand steken om sporen uit te wissen en opsporing te bemoeilijken. Nu verdachten dezelfde criminele intentie hadden en er sprake was van een gezamenlijke uitvoering houdt de rechtbank de verdachten ook voor dit feit als medeplegers verantwoordelijk. Dit laatste geldt overigens niet voor [medeverdachte 3] omdat ten aanzien van hem niet enige eerdere bemoeienis met de BMW 3-serie kan worden aangenomen en hij anders dan de andere verdachten ook op de bewuste nacht niet uit de Citroën en bij of in de BMW 3-serie is geweest. Uit de ontsleutelde PGP- gesprekken volgt dat hij wist van een plan tot liquidatie, maar niet dat hij ook weet had van brandstichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e7f3114718bd604edf75a6f5f58f49db20dbe0d016a9d336ee0e66ae91b2cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e7f3114718bd604edf75a6f5f58f49db20dbe0d016a9d336ee0e66ae91b2cd, en de alinea staat in dat document op bytes 61414 tot 62400.