Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016

Onder 8.3.1 Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2817.

De rechtbank stelt vast dat in de gegeven omstandigheden de noodzaak de hond het bevel ‘vast’ te geven niet is komen vast te staan, immers was de verdachte genoegzaam onder controle. . Het toch inzetten van de hond was op dat moment een te vergaand middel. In zoverre is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Nu dit verzuim – gelet op het nadeel dat verdachte daarvan heeft ondervonden – niet meer kan worden hersteld en geen andere compensatie mogelijk is, zal de rechtbank het verzuim verdisconteren in de strafmaat. Bij de bepaling van de hoogte van de strafkorting weegt de rechtbank tevens mee dat het herstel en de revalidatie van het ondervonden lichamelijk letsel in gevangenschap bezwarend is. Dit alles leidt tot een strafvermindering van 3 maanden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07e7f3114718bd604edf75a6f5f58f49db20dbe0d016a9d336ee0e66ae91b2cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07e7f3114718bd604edf75a6f5f58f49db20dbe0d016a9d336ee0e66ae91b2cd, en de alinea staat in dat document op bytes 81131 tot 81963.