Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016
Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2845.
De Stichting legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij het in beginsel eens is met het in de (hierboven onder 2.16 geciteerde) overwegingen 5.11 en 6.45 van de tussenbeschikking van de Ondernemingskamer van 11 juli 2013 vervatte oordeel dat het uiteindelijke oordeel van de gewone burgerlijke rechter omtrent de vraag of een bepaalde vordering al dan niet is achtergesteld, beslissend is. Bij de beoordeling van die vraag dient de overeenkomst tussen de Stichting en SRH te worden uitgelegd met inachtneming van het in de jurisprudentie ontwikkelde “Haviltex-criterium” (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981/635), aldus de Stichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6e00575243d839ea4bddbc14627ca7acf7998fbea7afc40598ca45933613292. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6e00575243d839ea4bddbc14627ca7acf7998fbea7afc40598ca45933613292, en de alinea staat in dat document op bytes 31401 tot 32070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6e00575243d839ea4bddbc14627ca7acf7998fbea7afc40598ca45933613292 | shasum -a 256