Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2845.

Voorts speelt een rol dat een tussen een schuldeiser en een schuldenaar gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 3:277 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, die bepaalt dat de vordering van die schuldeiser jegens alle of bepaalde andere schuldeisers een lagere rang neemt dan de wet hem toekent, niet zonder meer impliceert dat die schuldeiser zijn bevoegdheid tot verrekening heeft prijsgegeven of in geval van faillissement van zijn schuldenaar eerst dan zijn verhaalsrecht kan uitoefenen indien die andere schuldeisers zijn voldaan. Of deze gevolgen aan een overeenkomst van achterstelling zijn verbonden, is afhankelijk van hetgeen partijen in het concrete geval zijn overeengekomen (HR 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5160, NJ 2003/503). Ook voor de beoordeling van de vraag of, en zo ja welke, gevolgen zijn verbonden aan een overeenkomst van achterstelling, is derhalve de hiervoor onder 4.2 genoemde maatstaf van belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6e00575243d839ea4bddbc14627ca7acf7998fbea7afc40598ca45933613292. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6e00575243d839ea4bddbc14627ca7acf7998fbea7afc40598ca45933613292, en de alinea staat in dat document op bytes 36374 tot 37318.