Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016
Onder 4.7. Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:33.
Beoordeeld moet worden of een beslissing tot het horen van getuigen (of het verstrekken van afgifte van stukken) in de procedure bij het NAI niet of niet tijdig kan worden verkregen. Indien die mogelijkheid wel bestaat, is voor toewijzing van de onderhavige verzoeken geen plaats. In dit verband is van belang dat het NAI Arbitragereglement aan arbiters een grote mate van vrijheid toekent ten aanzien van de bewijsvoering in het algemeen en het horen van getuigen in het bijzonder. Uit de relevante bepalingen van het Arbitragereglement volgt dat partijen zich bij iedere stand van de procedure tot arbiters kunnen wenden met het verzoek getuigen te horen. Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld ten aanzien van de stand van zaken in de arbitrageprocedure en gezien de omstandigheid dat het NAI de mogelijkheid kent tot het treffen van voorlopige voorzieningen en het horen van getuigen, is de rechtbank van oordeel dat zij zich onbevoegd dient te verklaren om van de onderhavige verzoeken kennis te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df, en de alinea staat in dat document op bytes 19709 tot 20732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df | shasum -a 256