Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016
Onder 4.11. Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:33.
Ten aanzien van het tweede verzoek, voor zover gegrond op artikel 843a Rv, geldt allereerst dat – zoals KPMG heeft aangevoerd – een dergelijk verzoek in beginsel niet kan worden gedaan in dit verzoekschrift. Een verzoek op grond van artikel 843a Rv kan worden gedaan als zelfstandige vordering bij dagvaarding en in een lopend geding . Naar het oordeel van de rechtbank kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor niet worden aangemerkt als een lopend geding . Dit verzoek wordt immers juist ingediend om te bewerkstelligen dat getuigen worden gehoord voordat een geding aanhangig is/wordt gemaakt. Op grond van artikel 1022c Rv zal de rechtbank zich evenwel onbevoegd verklaren op dezelfde gronden als gelden voor de afwijzing van het verzoek strekkende tot het horen van getuigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df, en de alinea staat in dat document op bytes 22341 tot 23229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6c55ea9b4f06b181b277dd64498e710113929ef04af33f670795272343850df | shasum -a 256