Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3568.

8. [gedaagde] heeft verklaard dat zij het gehuurde sinds januari 2013 heeft onderverhuurd aan derden en dat dit ongeveer eenmaal per maand gedurende twee nachten gebeurde. Tegenover de betwisting door [gedaagde] van de stelling van [eiser] dat aannemelijk is dat de werkelijke opbrengst driemaal zo hoog is geweest dan de 33 verhuurperioden waarop de recensies zien, heeft [eiser] onvoldoende gesteld om aan te nemen dat onderverhuur meer dan gemiddeld twee nachten per maand heeft plaatsgevonden. Nu uit de dossierstukken blijkt dat [gedaagde] sinds januari 2012 lid is van Airbnb, wordt deze datum als aanvangsdatum van de onderverhuur genomen. [eiser] heeft nog gesteld dat [gedaagde] met de onderverhuur is doorgegaan ook nadat haar bij brief van 1 september 2015 was meegedeeld dat onderverhuur niet was toegestaan. Voldoende is evenwel gebleken dat [gedaagde] kort nadien, na terugkeer van haar vakantie, de woning direct van de website Airbnb heeft gehaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42, en de alinea staat in dat document op bytes 18844 tot 19862.