Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3568.

10. Met betrekking tot de vraag of de hiervoor onder 7 vastgestelde tekortkoming van de zijde van [gedaagde] voldoende ernstig is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen, wordt allereerst van belang geacht dat aannemelijk is dat [gedaagde] zich tot de ontvangst van de brief van [eiser] van 1 september 2015 niet heeft gerealiseerd dat onderverhuur via de website Airbnb contractueel niet was toegestaan, mede doordat veel van haar vrienden op dezelfde wijze hun woning onderverhuurden aan derden en deze wijze van ingebruikgeving afwijkt van de klassieke wijze van onderverhuur. Hoewel dit niet afdoet aan de tekortkoming, is dit wel van belang bij de weging van de ernst daarvan. Voorts wordt bij die weging belang gehecht aan de omstandigheid dat, indien [gedaagde] had geweten dat deze wijze van onderverhuur via de website Airbnb verboden was, zij nimmer daartoe zou zijn overgegaan, zoals zij ter zitting heeft verklaard en aannemelijk wordt geacht. Ook is van belang dat [gedaagde] het gehuurde ten tijde van de onderverhuur zelf is blijven bewonen en in het gehuurde haar hoofdverblijf heeft gehouden zodat geen sprake is geweest van onttrekking van de woning aan de woningmarkt. Tot slot wordt meegewogen de maatschappelijke discussie die wordt/is gevoerd over de mogelijkheid van onderverhuur via de website Airbnb, waaronder de vraag of deze vorm van onderverhuur onder voorwaarden kan worden toegestaan, ook in geval van huurders in de sociale sector. In het licht van die discussie en de omstandigheid dat onderverhuur via de website Airbnb voor korte periodes aan voornamelijk toeristen een betrekkelijk nieuw fenomeen is, en het feit dat [gedaagde] de onderverhuur vrijwel direct na ontvangst van de brief van [eiser] van 1 september 2015 heeft gestopt, alsmede gelet op alle overige omstandigheden van dit geval waaronder de grote gevolgen van een beëindiging van de huurovereenkomst voor [gedaagde] , acht de kantonrechter de tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] onvoldoende ernstig om tot ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst over te gaan. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde is daarom niet toewijsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42, en de alinea staat in dat document op bytes 20284 tot 22520.