Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Alinea 42 Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3568.

12. [eiser] vordert voorts een bedrag van € 22.770,00 aan afdracht van inkomsten uit verboden onderverhuur op grond van artikel 1.4 van de algemene bepalingen. Deze naast de boete contractueel bedongen afdracht wordt in het onderhavige geval toewijsbaar geacht, zij het niet in de door [eiser] gestelde omvang. [gedaagde] heeft de hoogte van de gevorderde afdracht weersproken. Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 8 is overwogen wordt bij wijze van begroting voor de berekening van de inkomsten uit verboden onderverhuur uitgegaan van een gemiddelde onderverhuur van twee nachten per maand voor twee personen vanaf januari 2012 tot en met oktober 2015. Uitgaande van een begrote opbrengst van € 230,00 per maand gedurende 46 maanden komt dit neer op een totaalopbrengst van € 10.580,00 uit onderverhuur. Dit bedrag is derhalve toewijsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73734aa14c995d75a284ac52c1f37b2ee94df6eff8feae5d42bfc09b78d58d42, en de alinea staat in dat document op bytes 23953 tot 24827.