Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016

Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3610.

Het gevorderde is gebaseerd op de volgende stellingen aangaande de voorgeschiedenis. In 2007 hebben de [broers gezamenlijk] besloten een nieuw kantoorpand te realiseren op een aan hen in eigendom toebehorend stuk grond. In eerste instantie hadden zij het voornemen om het pand uit eigen vermogen (van hun vennootschappen) te financieren omdat zij voldoende vermogend zijn. Omdat diverse banken in de rij stonden om financiering te verstrekken en nog niet geheel duidelijk was hoe hoog de bouwkosten zouden zijn, hebben de [broers gezamenlijk] bij een aantal banken offertes opgevraagd. Omdat de [broers gezamenlijk] niet precies wisten hoe hoog de bouwkosten zouden zijn en niet bekend was welk eigen vermogen beschikbaar zou zijn voor de bouw, moest een eventuele bancaire lening flexibel zijn. De [broers gezamenlijk] wensten de mogelijkheid (de vrijheid) te hebben en te behouden om te allen tijde een bancaire financiering uit eigen middelen terug te betalen. De [broers gezamenlijk] hadden schattenderwijs berekend dat voor de bouw maximaal € 2.500.000,= benodigd zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe6609a7443a168c82ad2d7025b9e979481e8a701439d9701ed7b7311861231e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe6609a7443a168c82ad2d7025b9e979481e8a701439d9701ed7b7311861231e, en de alinea staat in dat document op bytes 41087 tot 42180.