Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016

Onder 4.14. Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3610.

Ter onderbouwing van deze vordering verwijst [eiseres] naar par. 7.2.1 en 7.2.2 van de dagvaarding waar, samengevat, wordt betoogd dat de bank heeft gezorgd voor een kredietconstructie die strijdig is met de door [eiseres] geuite wensen en dat de bank, zodoende, is tekortgeschoten in de op haar rustende (bijzondere) zorgplicht, hetgeen tevens een onrechtmatige daad oplevert. De nog meer subsidiaire vordering strekt tot vergoeding van de schade als gevolg van de wanprestatie / onrechtmatige daad. Die schade bestaat uit het verschil tussen de huidige vermogenssituatie en de vermogenssituatie die zou bestaan wanneer de wanprestatie / onrechtmatige daad wordt weggedacht. Dit betekent dat alle rente die uit hoofde van de krediet- en renteswapovereenkomst is betaald, aan [eiseres] moet worden terugbetaald. Aldus [eiseres] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe6609a7443a168c82ad2d7025b9e979481e8a701439d9701ed7b7311861231e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe6609a7443a168c82ad2d7025b9e979481e8a701439d9701ed7b7311861231e, en de alinea staat in dat document op bytes 57481 tot 58324.