Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016
Onder 10 Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3644.
Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien er een ernstige inbreuk is gepleegd op haar persoonlijke levenssfeer en verdachte het oogmerk had [persoon 1] angst aan te jagen. Onweersproken is dat benadeelde partij een (EMDR-)therapie heeft ondergaan vanwege het door verdachtes handelen toegebrachte psychisch toestandsbeeld. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 1.250,00. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e83bb07096f77acebc77631660b565f4e93d35e8357344157b35977df5f25a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e83bb07096f77acebc77631660b565f4e93d35e8357344157b35977df5f25a46, en de alinea staat in dat document op bytes 40921 tot 42066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e83bb07096f77acebc77631660b565f4e93d35e8357344157b35977df5f25a46 | shasum -a 256