Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3644.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte op de ochtend van 6 mei 2015 in de buurt van aangevers [persoon 1] en [persoon 2] is geweest. De verklaringen over de bedreiging op die dag komen bovendien niet met elkaar overeen. Er is sprake van een complot van aangeefster [persoon 1] en haar familie tegen verdachte. Als de feiten al bewezen kunnen worden, dienen ze gekwalificeerd te worden als bedreiging en niet als poging tot moord of doodslag. Verdachte, die wel degelijk weet hoe een vuurwapen werkt, heeft immers niet de trekker overgehaald terwijl het vuurwapen doorgeladen was, tenminste, dat volgt niet uit de bewijsmiddelen. Van strafbare belaging is geen sprake, nu zowel verdachte als twee getuigen hebben verklaard dat verdachte en aangeefster regelmatig goed en vriendschappelijk contact met elkaar hadden. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde onder 2, 3 en 5.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e83bb07096f77acebc77631660b565f4e93d35e8357344157b35977df5f25a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e83bb07096f77acebc77631660b565f4e93d35e8357344157b35977df5f25a46, en de alinea staat in dat document op bytes 16836 tot 17840.