Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 juni 2016

Onder 4.3.1. Rechtbank Amsterdam 17 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3721.

In verkrachtingszaken doet zich veelal de situatie voor dat er naast het slachtoffer en de dader(s) geen getuigen of camerabeelden aanwezig zijn. Dat is ook in deze zaak het geval. Op grond van het bepaalde in artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, het bewijsminimum, is de enkele verklaring van een aangeefster onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van aangeefster voldoende wettig en overtuigend bewijs kan opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9d08e61ad530399fa73df8266ca38dcb3ab275cb74a4de12a19dbcac7d5ad6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9d08e61ad530399fa73df8266ca38dcb3ab275cb74a4de12a19dbcac7d5ad6e, en de alinea staat in dat document op bytes 13751 tot 14324.