Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016
Alinea 30 Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3804.
10. Gelet op deze verklaring stelt de rechtbank vast dat het namens eiser gedane Wob-verzoek in elk geval niet is gedaan met het doel waarvoor de bevoegdheid tot het indienen van een Wob-verzoek is toegekend. De twee door eiser genoemde beweegredenen acht de rechtbank verder weinig aannemelijk. Bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), bij welke instantie administratief beroep tegen de boete kan worden ingediend, is door de gemachtigde immers gelijktijdig, namelijk op 16 februari 2015, om het zaaksoverzicht met betrekking tot de opgelegde boete verzocht. CVOM heeft bij brief van 2 april 2016 dat zaaksoverzicht aan de gemachtigde van eiser toegestuurd. Het zaaksoverzicht van CVOM bevat nooit minder informatie dan het zaaksoverzicht dat bij de politie berust. Verder acht de rechtbank niet aannemelijk dat met de bij verweerder opgevraagde stukken (zinvolle) informatie en/of context kan worden geboden aan degene aan wie de verkeersboete is opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f804d4a8667898f30e512d4521f46fdebf329cd8be67ac505618962c45e375b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f804d4a8667898f30e512d4521f46fdebf329cd8be67ac505618962c45e375b, en de alinea staat in dat document op bytes 10756 tot 11741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f804d4a8667898f30e512d4521f46fdebf329cd8be67ac505618962c45e375b | shasum -a 256