Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016

Alinea 37 Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3804.

17. Op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb kan een natuurlijke persoon slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een besluit waarin een bestuursorgaan zich op het standpunt stelt dat betrokkene misbruik maakt van recht, is in beginsel niet kennelijk onredelijk (zie de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102). Dat is mogelijk anders indien de bestuursrechter op grond van dezelfde of vergelijkbare feiten en omstandigheden reeds eerder heeft aangenomen dat betrokkene misbruik van recht heeft gemaakt. In dit geval is in deze zaak op 10 juni 2015 beroep ingesteld bij de rechtbank, terwijl de Afdeling daarvoor, namelijk op 27 mei en 28 mei 2015, in twee uitspraken (zie ECLI:NL:RVS:2016:1623 en ECLI:NL:RVS:2015:1630) had geoordeeld dat de gemachtigde in die zaken misbruik van recht heeft gemaakt op grond van deels dezelfde en deels vergelijkbare omstandigheden als die in de onderhavige zaak aan de orde zijn. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een veroordeling van eiser in de proceskosten. Het handelen van de gemachtigde moet ook op dit punt worden toegerekend aan eiser.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f804d4a8667898f30e512d4521f46fdebf329cd8be67ac505618962c45e375b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f804d4a8667898f30e512d4521f46fdebf329cd8be67ac505618962c45e375b, en de alinea staat in dat document op bytes 14795 tot 16039.