Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 juni 2016

Alinea 21 Rechtbank Amsterdam 14 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4156.

3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem te procederen. De e-mail van het e-mailadres van de vader van [naam 1] met daarin de gestelde vertaling - door de vader - van de brief van [naam 1] is onvoldoende om dit te kunnen aannemen. Mr. Oude Middendorp heeft geen kennis genomen van de inhoud van de brief zelf. Bovendien geldt dat juist in een geval van een minderjarige zoals [naam 1] , waar sprake is van tegenstrijdige belangen met (een van) de ouders, meer nodig is dan een brief met een dergelijke - zeer magere - inhoud. Dat mr. Oude Middendorp door de vader van [naam 1] is gemachtigd, betekent niet dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe761027cca066a9091657cbca26e40e4500f70f4be7a1199ebe526d02ece786. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe761027cca066a9091657cbca26e40e4500f70f4be7a1199ebe526d02ece786, en de alinea staat in dat document op bytes 8290 tot 9055.