Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 juni 2016

Onder 4.4. Rechtbank Amsterdam 30 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4298.

‘5.5.3 Indien ervan kan worden uitgegaan dat de financiële positie van de afnemer ten tijde van het aangaan van de overeenkomst toereikend was om zijn betalingsverplichtingen uit die overeenkomst, waaronder de mogelijke (maximale) restschuld, na te komen, zal - in verband met de omstandigheid dat de op de aanbieder rustende waarschuwingsplicht ook ertoe strekt te waarschuwen tegen het aangaan van onnodige risico's - het verweer van de aanbieder dat de afnemer de overeenkomst ook zou zijn aangegaan indien de aanbieder niet in zijn zorgplicht was tekortgeschoten, in het licht van de desbetreffende stellingen van de afnemer voldoende concreet moeten zijn onderbouwd. Is deze onderbouwing niet genoegzaam, kan eveneens tot uitgangspunt worden genomen dat de afnemer zonder dat tekortschieten van de aanbieder in diens zorgplicht de overeenkomst niet zou hebben gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/602f802c5d155964c059f524f4ff754e7650bafa3bc73b2eeb3aee0d73020a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 602f802c5d155964c059f524f4ff754e7650bafa3bc73b2eeb3aee0d73020a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 38877 tot 39767.