Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 augustus 2016
Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 24 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 augustus 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5649.
5. ’ Omdat [eiseres] bleef spreken over indiensttreding bij de onderneming van haar vader of schoonvader en zij geen gemotiveerde medewerkster meer in [eiseres] zag, heeft ’t Zonnehoekje, mede gelet op eventuele WW-aanspraken van [eiseres] , zekerheidshalve bij brief van 10 maart 2016 aangezegd, in de veronderstelling verkerend dat nog een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gold, dat het dienstverband op 23 april 2016 zou eindigen. Die aanzegging heeft volgens ’t Zonnehoekje in de gegeven omstandigheden als opzegging te gelden. ’t Zonnehoekje voert aan dat [eiseres] op grond van artikel 7:686a lid 4 sub a BW binnen twee maanden na 23 april 2016, dus vóór 23 juni 2016 door middel van het indienen van een verzoekschrift een bodemprocedure had dienen aan te vangen om vernietiging van de opzegging te bewerkstelligen. Dat heeft [eiseres] echter nagelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a0ef671760f44ba82be886fb8e10c1f973e846c86d7114fa3e7ae38a0e23ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a0ef671760f44ba82be886fb8e10c1f973e846c86d7114fa3e7ae38a0e23ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 16871 tot 17773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a0ef671760f44ba82be886fb8e10c1f973e846c86d7114fa3e7ae38a0e23ba9 | shasum -a 256