Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 mei 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 4 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5819.

De eerste vordering van [eiser] (3.1 onder i) is gebaseerd op artikel 2:342 BW. Ingevolge dit artikel kan een aandeelhouder die ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaft, van een stemgerechtigde pandhouder van een aandeel in rechte vorderen dat het stemrecht op de houder van het aandeel overgaat, indien de pandhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt dat in redelijkheid niet kan worden geduld dat hij het stemrecht blijft uitoefenen. [eiser] legt, zoals hiervoor is overwogen, aan zijn vorderingen – kort gezegd – ten grondslag dat de Junior Lenders op instructie van Tchenguiz met de uitvoering van hun loan-to-own strategie het belang van Ramblas schaden en dat RBS in dit kader slechts instructies van Tchenguiz opvolgt, zodat de schadelijke gedragingen ook aan haar, RBS, zijn toe te rekenen. [eiser] wijst er in dit verband op dat Tchenguiz:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c69f05ef1fe6d38bd7363ce124a78a0f6b144cb6e5192e3c8b68c14d37ed90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c69f05ef1fe6d38bd7363ce124a78a0f6b144cb6e5192e3c8b68c14d37ed90b, en de alinea staat in dat document op bytes 31719 tot 32672.