Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 juli 2016

Alinea 33 Rechtbank Amsterdam 18 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6125.

16. Deze vraag is eerder door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. In zijn arrest van 1 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP3044) overweegt de Hoge Raad dat noch uit de tekst, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van het Verdrag valt af te leiden dat de verdragsluitende Staten zijn overeengekomen dat aan artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van het Verdrag geen rechtstreekse werking mag worden toegekend. Voor het antwoord op de vraag of die verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft, is daarom de inhoud van die bepaling beslissend. Bezien moet worden of dit artikel de Nederlandse wetgever tot het treffen van een nationale regeling met bepaalde inhoud of strekking verplicht of dat deze bepaling van dien aard is dat deze in de nationale rechtsorde zonder meer als objectief recht kan functioneren. Van belang is of een bepaling onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om door de rechter te worden toegepast. Dit is naar het oordeel van de Hoge Raad niet het geval, omdat in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, niet is voorgeschreven welke modaliteiten een verlof wegens bevalling moet hebben, aangezien omtrent de duur en de vorm van het verlof en omtrent de hoogte van de uitkering in de bepaling niets is geregeld. Het resultaat van de te nemen maatregelen in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van het Verdrag is daarom onvoldoende nauwkeurig omschreven en derhalve ongeschikt voor rechtstreekse toepassing door de nationale rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de7d9acd169dcaed49d830ee7d50e89642f99260f9faf70330029ae6040b097a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de7d9acd169dcaed49d830ee7d50e89642f99260f9faf70330029ae6040b097a, en de alinea staat in dat document op bytes 14512 tot 15999.