Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 september 2016

Onder 5.2 Rechtbank Amsterdam 29 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6187.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond faalt. Ten eerste volgt uit de ten tijde van belang geldende Huisvestingswet en Verordening dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woning aan de bestemming tot bewoning te onttrekken en dat – op een aantal uitzonderingen na – alle woonruimte in de gemeente Amsterdam, ongeacht de huur- of koopprijs, daaronder valt. Dit is derhalve de hoofdregel. Daarnaast blijkt uit een op de website van verweerder gepubliceerde beleidsnotitie, getiteld ‘Toeristische verhuur van woningen (“vakantieverhuur”) in Amsterdam’, van juni 2013 van een aantal uitgangspunten bij het voornemen van verweerder om vakantieverhuur onder bepaalde voorwaarden te gaan toestaan. In de notitie is vermeld dat in geval van vakantieverhuur, de eigenaar of hoofdbewoner van de woning in de woning moet blijven wonen. De hoofdbewoner is in dat geval weliswaar op vakantie, maar blijft in de woning wonen en er blijven in overwegende mate persoonlijke bezittingen van de hoofdbewoner aanwezig. Gelet op het voorgaande, had het eisers naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk kunnen zijn dat verhuur van de woning aan toeristen, zonder dat er een hoofdbewoner in de woning woonde, zonder vergunning niet was toegestaan. De rechtbank overweegt verder dat indien de regelgeving voor eisers onduidelijk was, het op hun weg had gelegen daarover bij verweerder navraag te doen. De rechtbank acht daartoe niet voldoende dat eiser informatie over vakantieverhuur in de krant had gelezen, zoals ter zitting naar voren gebracht. Dat eisers voldoende zorg zouden hebben betracht zich te vergewissen van het toepasselijke recht, volgt de rechtbank dan ook niet. De door eiser genoemde publicatie blijkt voorts een persbericht van Airbnb te zijn en niet een door verweerder naar buiten gebracht bericht, zodat eiser ook om die reden daaraan geen doorslaggevende waarde heeft mogen toekennen. Gelet op het feit dat eiser noch eiseres het hoofdverblijf had op de [adres], werd niet voldaan aan de voorwaarden voor vakantieverhuur. Dat eiser soms 3 tot 4 dagen in de week op het adres verbleef, is onvoldoende om dit als hoofdverblijf aan te merken, nu hoofdverblijf een zekere duurzaamheid vereist in de zin dat de intentie moet bestaan om gedurende langere tijd hoofdverblijf in de betrokken woonruimte te hebben. De stelling dat eiser altijd toeristenbelasting heeft betaald en het voor verweerder daarmee duidelijk had moeten zijn dat hij de woning verhuurde, maakt niet dat verweerder geen gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om een boete op te leggen. Overigens heeft verweerder ter zitting toegelicht dat hij de gegevens van burgers over belastingbetalingen, die worden geïnd door een andere afdeling van verweerder, in het kader van handhaving niet zomaar mag inzien, omwille van de bescherming van de privacy van de belastingbetaler.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a108e8437eeedd5eea3c0b61690b6645b0033892f46baa13056dc8e7c446ab45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a108e8437eeedd5eea3c0b61690b6645b0033892f46baa13056dc8e7c446ab45, en de alinea staat in dat document op bytes 18806 tot 21733.