Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 september 2016

Onder 10.2 Rechtbank Amsterdam 29 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6187.

De rechtbank is met eisers van oordeel dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid om tot boeteoplegging over te gaan, dient uit te oefenen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 3:4 van de Awb. Hoewel volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bijlage 5 van de Verordening met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel tot stand is gekomen, dient tevens te worden beoordeeld of de opgelegde boete in het voorliggende geval passend en evenredig is, gelet op het punitieve karakter van het besluit en alle relevante omstandigheden van het geval. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de recente uitspraak van de Afdeling van 11 mei 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1277).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a108e8437eeedd5eea3c0b61690b6645b0033892f46baa13056dc8e7c446ab45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a108e8437eeedd5eea3c0b61690b6645b0033892f46baa13056dc8e7c446ab45, en de alinea staat in dat document op bytes 31276 tot 31999.