Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:620.

De discussie tussen partijen over de vraag of [eiseres] immateriële schade heeft geleden kan onbesproken blijven, nu [eiseres] na wijziging van eis geen immateriële schadevergoeding meer vordert. [eiseres] vordert alleen de kosten die zij heeft gemaakt in de KOO-procedure. De rechtbank stelt voorop dat het condicio sine qua non-verband tussen de onterechte ontslagvergunning en de KOO-procedure gegeven is. Zonder ontslagvergunning zou [eiseres] niet zijn ontslagen en had zij geen KOO-procedure kunnen voeren. Het UWV bestrijdt dit op zich ook niet. Zij voert wel aan dat het voeren van een KOO-procedure niet nodig was om het UWV te kunnen aanspreken en dat de KOO-procedure ten overvloede is gevoerd. Daarmee miskent het UWV echter dat de KOO-procedure een geëigende weg was voor [eiseres] om de negatieve gevolgen van het ontslag (zoveel mogelijk) te beperken. Daarbij verdient opmerking dat [eiseres] tegen de ontslagvergunning zelf niet in het geweer kon komen, nu daartegen geen rechtsmiddel openstaat. Dat [eiseres] ervoor heeft gekozen een KOO-procedure te voeren tegen haar werkgever, is daarom naar het oordeel van de rechtbank een voorzienbaar en logisch gevolg van het verlenen van de ontslagvergunning. Dit betekent dat de schade die [eiseres] door het voeren van die procedure heeft geleden, toerekenbaar is aan het UWV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93414604c275b8dcd6f702eecb36f4e98a1db8895f68bd8908d23e66f9a52b22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93414604c275b8dcd6f702eecb36f4e98a1db8895f68bd8908d23e66f9a52b22, en de alinea staat in dat document op bytes 23773 tot 25127.