Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016

Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:620.

Het UWV zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. [eiseres] vordert vergoeding van de volledige proceskosten en stelt daartoe dat het UWV gehouden is de volledige schade te vergoeden die het gevolg is van haar onrechtmatig handelen. [eiseres] miskent hiermee echter dat de wetgever op het uitgangspunt van volledige schadevergoeding een uitzondering heeft gemaakt in de artikelen 6:96 lid 3 BW en 241 Rv ten aanzien van verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Deze regeling derogeert ingevolge artikel 6:96 lid 3 BW in verbinding met artikel 241 Rv aan artikel 6:96 lid 2 BW. Zij derogeert ook aan het uitgangspunt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijd, volledig te vergoeden (zie HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600). De proceskosten in de onderhavige zaak worden daarom begroot conform het liquidatietarief. Dit leidt tot een bedrag van EUR 876,-- voor griffierecht, EUR 94,19 voor explootkosten en EUR 2.026,50 (3,5 punten x tarief III) voor salaris advocaat, totaal EUR 2.996,69.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93414604c275b8dcd6f702eecb36f4e98a1db8895f68bd8908d23e66f9a52b22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93414604c275b8dcd6f702eecb36f4e98a1db8895f68bd8908d23e66f9a52b22, en de alinea staat in dat document op bytes 28326 tot 29552.