Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6236.
[eiser] stelt zich ook op het standpunt dat de bank hem niet had mogen adviseren in het Fonds te beleggen omdat deze belegging niet paste in het overeengekomen portefeuilleprofiel. Hier geldt het volgende. Aangenomen moet worden dat de bank [eiser] op het Fonds heeft kunnen attenderen omdat zij een vermogensbeheerrelatie met hem had uit hoofde waarvan [eiser] regelmatig (vier keer per jaar) met zijn accountmanager van de bank ( [naam 2] ) sprak. Het ligt derhalve in de verwachting dat de bank bij het voorstellen van het Fonds als belegging, ook al was deze uitgezonderd van het beheer, zoals ook wordt bevestigd door het door [eiser] overgelegde portefeuilleoverzicht, rekening hield met het voor het vermogensbeheer geldende beleggingsprofiel van [eiser] . Uitgaande van het portefeuilleoverzicht gold een matig offensief profiel. In beginsel past bij een dergelijk profiel – dat aangeeft dat de belegger tot op zekere hoogte bereid is risico te nemen – ook om een deel van het vermogen te beleggen in risicovollere beleggingen zoals het Fonds. Uit het stukken komt naar voren dat [eiser] een aanzienlijk vermogen had en hij heeft de participaties ook met eigen geld kunnen financieren. Het is aan [eiser] als eiser om te stellen en, gezien de gemotiveerde betwisting door de bank, te bewijzen waarom het nemen van een of meer participaties in het Fonds naar de stand van zaken toen niet bij zijn beleggingsprofiel paste. [eiser] heeft dit onvoldoende gedaan. Zijn verwijzing naar de door hem in het geding gebrachte bijlage 2 die (kennelijk) behoorde bij een tussen het echtpaar [naam 1] en HBU in 2003 gesloten vermogensbeheerovereenkomst met daarin opgenomen “Uitgangspunten en doelstellingen van het vermogensbeheer” kan vanzelfsprekend niet dienen ter onderbouwing van zijn stelling dat dergelijke uitgangspunten ook voor hem, [eiser] , golden (nu de bank dit – bij gebrek aan wetenschap, althans mogelijkheden dit in haar eigen dossiers nog na te gaan – betwist). Bovendien waren dit kennelijk (slechts) uitgangspunten en brengen deze (ook als er vanuit wordt gegaan dat [eiser] dezelfde afspraken met de bank had gemaakt) niet met zich dat daarvan nooit – in overleg – mag worden afgeweken. Dat is in het onderhavige geval – waar de belegging in het Fonds plaatsvond buiten de vermogensbeheerportefeuille om – gebeurd; [eiser] heeft immers zelf – weliswaar op advies van de bank – besloten participaties in het Fonds te nemen. De stelling van [eiser] dat de bank de belegging in het Fonds niet aan hem had mogen voorstellen dan wel hem had moeten waarschuwen dat deelname in het Fonds niet paste in zijn profiel, wordt dan ook niet gevolgd. Uit hetgeen hierna wordt overwogen ten aanzien van causaal verband en schade zal overigens blijken dat, ook als de bank [eiser] niet had mogen adviseren in het Fonds te beleggen, dit niet zou betekenen dat de bank de schade die [eiser] als gevolg aan dit advies heeft geleden (het verlies op de participaties), zou hoeven te vergoeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146, en de alinea staat in dat document op bytes 41828 tot 44865.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146 | shasum -a 256