Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2016

Onder 4.6.5. Rechtbank Amsterdam 20 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6236.

In het uitvoerige betoog van (de advocaat van) [eiser] heeft de rechtbank echter slechts één concrete stelling kunnen ontdekken die de beweringen zouden moeten dragen: de omstandigheid dat het Fonds vooraf met een zogenaamde ‘anti-front-runner’ (het bedrijf Interbulb van de zwager van [naam 7] ) inkopen had gedaan waartegenover geen verkopen per 31 oktober 2004 stonden (hetgeen volgens [eiser] in strijd was met de toezegging in het prospectus dat het Fonds alleen bollen zou kopen als daar gelijktijdig een corresponderende verkoop van bollen tegenover stond). De bank betwist niet dat van deze ‘anti-front-running’ sprake was en dat zij hiervan op de hoogte was. Zij betwist evenwel dat de ‘anti-fron-runningconstructie’ in strijd was met het prospectus. Haar was (door [naam 9] ) uitgelegd dat met Interbulb was overeengekomen dat deze voorafgaand aan de introductie van het Fonds bollen zou aankopen om ‘front-running’ te voorkomen, dat wil zeggen het vooruitlopen door andere marktpartijen op de door het Fonds te plegen investering in de tulpenbollenmarkt, en zo prijsopdrijving te voorkomen. Het Fonds had zich tegenover Interbulb niet gecommitteerd bollen af te nemen voordat zij verkooptransacties had gesloten, en de bank had ook geen aanwijzingen dat dit anders was en mocht er derhalve vanuit gaan dat deze constructie niet in strijd was met het prospectus, aldus steeds de bank. In het licht van dit verweer had het op de weg van [eiser] gelegen zijn stellingen nader toe te lichten, maar bij repliek is hij niet verder gekomen dan een herhaling van wat bij dagvaarding reeds was gesteld en door de bank gemotiveerd weerlegd. De bank heeft er in dit verband nogmaals op gewezen (en dit standpunt wordt, zoals hiervoor is overwogen, door de rechtbank gevolgd) dat het waardeloos worden van de participaties van [eiser] is veroorzaakt doordat het Fonds geen geldige transacties met haar wederpartijen had gesloten. Terecht heeft de bank er in dit verband op gewezen dat de curator de bank nooit aansprakelijk heeft gesteld. Ook volgt de rechtbank de bank waar deze stelt dat alleen al uit het feit dat zij voor een bedrag van bijna € 50 miljoen kredieten heeft verstrekt en daartegenover de posities van de kredietnemers in het Fonds als zekerheid heeft geaccepteerd, blijkt dat zij van enige fraude niet op de hoogte is geweest en daarvoor geen aanwijzingen had op het moment dat zij de kredieten verstrekte en cliënten adviseerde in het Fonds te participeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146, en de alinea staat in dat document op bytes 49759 tot 52269.