Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6236.
Op deze (en de andere) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, (nader) ingegaan, waarbij de rechtbank nu reeds opmerkt dat (de advocaat van) [eiser] in de processtukken zeer veel stellingen naar voren heeft gebracht (en deze ook dikwijls herhaalt in verschillende context), waarvan een groot aantal niet of nauwelijks is onderbouwd of niet ter zake doende is omdat deze zien op (participaties van) andere deelnemers in het Fonds (die – kennelijk – tevens cliënt zijn van de advocaat van [eiser] ). Alleen die stellingen zullen worden besproken die naar haar oordeel van de rechtbank ter zake doende zijn voor de beoordeling van het geschil tussen [eiser] en de bank en die voldoende steun vinden in de feiten en bewijsstukken om bij die beoordeling te worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146, en de alinea staat in dat document op bytes 33898 tot 34706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146 | shasum -a 256