Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6236.
Op basis van de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte (bewijs)stukken, moet worden geconcludeerd dat [eiser] door de bank ( [naam 2] ) is geattendeerd op de mogelijkheid in het Fonds te participeren en dat het niet voor de hand ligt dat hij zonder tussenkomst van [naam 2] op het idee was gekomen participaties te kopen. Tussen [eiser] en de bank bestond in beginsel een vermogensbeheerrelatie. De bank ( [naam 2] ) had, zoals gebruikelijk bij vermogensbeheerrelaties, de vrije hand bij het invullen van de portefeuille. Niet gebleken is dat [eiser] zich (actief) bemoeide met de invulling van de portefeuille. De rechtbank acht het aannemelijk dat de onder 2.2. van dit vonnis aangehaalde brief door de bank aan [eiser] (als een van de ‘grote’ klanten) is verzonden. Belangrijker is evenwel dat met de brief van 20 mei 2013 (zie hiervoor onder 2.3) vaststaat dat de bank met [eiser] heeft gesproken over de mogelijkheid om te beleggen in het Fonds. Ook de interne e-mail van 11 januari 2005 (geciteerd onder 2.14) bevestigt dat [naam 1] via de bank met het Fonds in contact is gekomen en dat zijn ex-compagnon [eiser] hem volgde, zoals hij – naar de bank wist – kennelijk altijd deed in financiële zaken. Niet in het geding is voorts dat [naam 1] en [eiser] (op advies van de bank) naar een van de in mei 2013 gehouden voorlichtingsbijeenkomsten van het Fonds zijn gegaan, en dat daar ook een of meer medewerkers van de bank aanwezig waren. [eiser] heeft vervolgens (net als [naam 1] ) besloten dat hij in het Fonds wilde deelnemen met drie participaties. Ten slotte volgt uit de op 25 juni 2003 door de bank aan (de bewaarder van) het Fonds verzonden fax (zie hiervoor onder 2.9) dat de bank van het Fonds een plaatsingsvergoeding heeft ontvangen voor de participaties die [eiser] en [naam 1] hebben genomen. Dit alles brengt met zich dat niet verdedigbaar is dat de bank, zoals zij stelt, niet bemiddeld heeft bij de totstandkoming van de participatie van [eiser] in het Fonds.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146, en de alinea staat in dat document op bytes 37021 tot 39039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b45d98fc89209d6bbbaf5fdf6df8763f6b0440765e787701dd010714549c4146 | shasum -a 256