Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 november 2016
Onder 5.3. Rechtbank Amsterdam 3 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 november 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7154.
De rechtbank overweegt dat het in artikel 5:10a van de Awb bedoelde zwijgrecht en het verlenen van de cautie pas van toepassing zijn vanaf het moment dat uit de feiten en de omstandigheden van het geval kan worden geconcludeerd dat het betrokken bestuursorgaan het voornemen heeft een bestuurlijke boete op te leggen. Uit het rapport blijkt niet dat ten tijde van de inspectie al het voornemen bestond om het kinderdagverblijf een bestuurlijke boete op te leggen. Uit de omstandigheid dat de inspectie vragen stelt over de feitelijke gang van zaken op het kinderdagverblijf, kan in redelijkheid nog geen voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete worden afgeleid. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 12 september 2013 (ECLI:NL:CRVB: CBB:2013:155). Hieruit volgt dat de bevindingen in het rapport aan het bestreden besluit ten grondslag konden worden gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98533bf48dee18b0e301e0022ca82172154a1c3c05d6743b1596c28cfccdf103. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98533bf48dee18b0e301e0022ca82172154a1c3c05d6743b1596c28cfccdf103, en de alinea staat in dat document op bytes 13735 tot 14690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98533bf48dee18b0e301e0022ca82172154a1c3c05d6743b1596c28cfccdf103 | shasum -a 256