Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2016

Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7399.

Echter, ook de veroordeling van ABA om op straffe van een dwangsom de beslagen op te heffen indien niet tijdig een bankgarantie wordt gesteld, is geen juridische misslag. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat ABA zekerheid moest stellen, ook na het vonnis van 29 juni 2016, voor het geval in hogere instantie anders zal worden beslist dan de rechtbank heeft gedaan (r.o. 5.11). Dit is geen situatie waarin de bodemrechter een vonnis heeft gewezen dat in kort geding moet worden gevolgd. Uit de vorderingen van Enel c.s. (zie hiervoor onder r.o. 2.8) blijkt voorts dat zij opheffing van de door ABA gelegde beslagen bij vonnis had gevorderd, waarbij de beslagen met het doen van de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak zouden zijn opgeheven. Door vervolgens een (voorwaardelijk) bevel tot opheffing met dwangsom toe te wijzen, waarbij nog een handeling van ABA vereist is en haar meer tijd wordt gegund, heeft de voorzieningenrechter in het vonnis van 26 augustus 2016 naar zijn oordeel het mindere toegewezen ten opzichte van het meerdere dat was gevorderd. Van een juridische misslag kan dan niet gesproken worden. Als ABA het met het oordeel van de voorzieningenrechter niet eens is, dan zal zij dat in hoger beroep aan de orde moeten stellen. Een executiegeschil kan immers niet als een verkapt hoger beroep worden aangewend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ece13b8a1bbe74cd448510b87e3133e512a5cea9e0a1bc4b592d804f6b4465ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ece13b8a1bbe74cd448510b87e3133e512a5cea9e0a1bc4b592d804f6b4465ef, en de alinea staat in dat document op bytes 38770 tot 40129.