Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 november 2016
Onder 5.21. Rechtbank Amsterdam 30 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 november 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7841.
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier een beeld oprijst van een stichting die nauwe banden heeft met de Vereniging die is opgericht door [naam 1] . Hoewel niet is komen vast te staan dat sprake is van belangentegenstelling of machtsmisbruik, geldt wel dat er geen enkel zicht bestaat op de governance van de Vereniging. Zij is immers een Vereniging naar Ivoriaans recht en hoeft niet te voldoen aan de Nederlandse regelgeving of aan de Claimcode. Daarnaast geldt dat de achtergrond van [naam 1] en zijn rol binnen de Vereniging en de Stichting onduidelijk zijn: de Stichting heeft geen enkele toelichting gegeven op zijn persoon. Vastgesteld moet ook worden dat de macht binnen de Stichting zich in belangrijke mate rond [naam 1] concentreert, hij is immers (in strijd met het bepaalde in de Claimcode, zie 5.19) zelfstandig bevoegd bestuurder van de Stichting. Al met al geldt daarom dat er onvoldoende waarborgen zijn gebleken om te voorkomen dat [naam 1] zijn persoonlijke belangen op enig moment zal laten prevaleren boven de gestelde aanzienlijke financiële belangen van degenen die zich zouden hebben aangesloten bij de Stichting. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat, zoals Trafigura ook naar voren heeft gebracht, de deelnemers zich door ondertekening van de Fiche ertoe hebben verbonden om inschrijfgeld én kosten voor het opstellen van de dossiers te betalen en dat zij ermee instemmen dat 30 procent van een uiteindelijk door Trafigura te betalen schadebedrag zal worden ingehouden door de Vereniging. Zonder toelichting, die de Stichting niet heeft gegeven, is dit niet goed te rijmen met het in artikel 2 lid 4 van de statuten van de Stichting neergelegde uitgangspunt (alsmede het in de Claimcode opgenomen principe) dat de rechtspersoon geen winstoogmerk heeft. Dat de afdracht zal plaatsvinden aan de Vereniging en niet aan de Stichting, zoals de Stichting als verweer in dit verband heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. Waar de Stichting, zoals hiervoor is overwogen, nauwe banden heeft met de Vereniging, kan de Stichting zich niet beroepen op een dergelijke formaliteit. Een en ander sluit immers niet uit dat sprake is van een constructie – de werkelijke claimstichting is de Vereniging naar Ivoriaans recht, terwijl de Stichting slechts het vehikel van deze Vereniging is – die in strijd is met de in artikel 3:305a BW opgenomen waarborgen. De Stichting heeft ten slotte nog aangevoerd dat de afdracht van een deel van de uiteindelijk te verkrijgen schadevergoeding wordt gerechtvaardigd doordat de Stichting alle investeringen in tijd en geld voor haar rekening neemt om de vorderingen in te stellen en de schade te verhalen. Dit argument is naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende aangezien de deelnemers zich in de Fiche zowel verbinden tot het voldoen van kosten áls tot het afdragen van een aanzienlijk deel van een te verkrijgen vergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314a2f7dd7f55d27e3ff324f1789782f73da81e55f69df654db7686f6aa9fc13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314a2f7dd7f55d27e3ff324f1789782f73da81e55f69df654db7686f6aa9fc13, en de alinea staat in dat document op bytes 50569 tot 53488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/314a2f7dd7f55d27e3ff324f1789782f73da81e55f69df654db7686f6aa9fc13 | shasum -a 256