Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 14 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:8118.

Ook het beroep op dwaling treft geen doel. Voor een geslaagd beroep op dwaling in nodig dat de dwalende de overeenkomst onder een onjuiste voorstelling van zaken is aangegaan en dat deze bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten (artikel 6:228 lid 1 BW). Uitgangspunt bij de beoordeling is dat ABN Amro die inlichtingen moest verschaffen, die zij, gelet op de aard van de overeenkomst naar de in het verkeer geldende opvattingen in gevallen als de onderhavige behoorde te verstrekken om te voorkomen dat [eiseres] omtrent de essentiële eigenschappen van de overeenkomst zou dwalen. Volgens [eiseres] bestond haar dwaling hieruit, dat zij op grond van de door ABN Amro verstrekte informatie in de veronderstelling verkeerde dat er ten tijde van het sluiten van de renteswap goede redenen waren om de renteswap aan te gaan. ABN Amro wist althans moest weten volgens [eiseres] dat de Euribor zou gaan dalen en heeft dat [eiseres] niet meegedeeld. De rechtbank begrijpt gelet hierop de stellingen van [eiseres] aldus dat zij in de onjuiste veronderstelling was dat Euribor zou gaan stijgen (althans niet zou gaan dalen). De rechtbank stelt voorop dat [naam 1] ter zitting ook heeft verklaard dat hij bij het sluiten van de kredietovereenkomst en de renteswap helemaal niet wist of hij een vaste of een variabele rente had, zodat onduidelijk is hoe dit zich verhoudt tot het hebben van een onjuiste voorstelling van zaken over de renteontwikkeling. Afgezien daarvan, leidt deze enkele omstandigheid echter niet tot het oordeel dat [eiseres] de renteswap onder een onjuiste voorstelling van zaken heeft gesloten. In dit verband is van belang dat ABN Amro heeft aangevoerd dat zij niet wist dat Euribor zich zou ontwikkelen zoals zij zich heeft ontwikkeld. Uit de grafiek onder randnummer 21 dagvaarding, waarop [eiseres] zich beroept voor haar stelling dat de rente na het sluiten van de renteswap sterk is gedaald, blijkt dat de rente in ieder geval in de maanden september, oktober en november 2008 steeg. Dat ABN Amro destijds daadwerkelijk wist dat de rente zich zo zou ontwikkelen als is gebeurd is dus niet komen vast te staan. In zoverre kan dan ook niet worden geoordeeld dat sprake is geweest van een onjuiste voorstelling van zaken. Zoals hiervoor ten aanzien van het beroep op bedrog is geoordeeld, heeft [eiseres] geen concrete feiten en omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel leiden. Dat [eiseres] zich op het standpunt stelt dat ABN Amro had moeten zien aankomen dat Euribor zou dalen is voor het beroep op dwaling gelet op de hiervoor weergegeven maatstaf niet van belang. Voor zover [eiseres] meent dat haar dwaling is veroorzaakt doordat zij onvoldoende tijd heeft gekregen om de ontvangen informatie te laten bezinken, moet haar dwaling voor haar eigen rekening blijven. Van [eiseres] mag worden verwacht dat zij voldoende inspanningen doet om te voorkomen dat zij dwaalt. In dit geval had van haar mogen worden verwacht dat zij ABN Amro om meer tijd vroeg om de verstrekte informatie te bestuderen en te laten bezinken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb12a1bdfc5fd5fabaf9be11ebec11e25189dcc2e39f1d4fdf3a321e9c96289c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb12a1bdfc5fd5fabaf9be11ebec11e25189dcc2e39f1d4fdf3a321e9c96289c, en de alinea staat in dat document op bytes 27940 tot 31015.