Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2016
Onder 4.17. Rechtbank Amsterdam 14 december 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:8264.
De bedoeling van deze bepaling is dat de Nederlandse rechter niet gaat beoordelen wie een sterker recht heeft: de (beweerderlijke) rechthebbende of de verdragsstaat. In de literatuur is deze bepaling als volgt uitgelegd. Indien bij de Nederlandse rechter zowel een vordering tot revindicatie door een particulier is ingesteld als een vordering tot teruggave door een opeisende staat, bijvoorbeeld door tussenkomst in de procedure (artikel 217 Rv), dan zal de rechter de vordering tot revindicatie aanhouden. Als de rechter tot de slotsom komt dat het cultuurgoed moet worden teruggegeven aan de opeisende staat, dan zal de eigendomsvraag worden afgehandeld volgens het recht van die opeisende staat en dient de vordering tot revindicatie te worden afgewezen. Dit betekent dat eventuele eigendomsvragen pas worden beantwoord wanneer het goed feitelijk weer naar de staat van herkomst is teruggekeerd, en wel aan de hand van het recht van de opeisende staat. Tijdens de procedure tot teruggaaf zal dus geen discussie over de eigendom kunnen ontstaan; in die procedure is uitsluitend de vraag aan de orde of sprake is van een cultuurgoed en of dit cultuurgoed onrechtmatig buiten de grenzen van de verdragsstaat is gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is artikel 1012 Rv (zoals hiervoor uitgelegd) ook van toepassing in de onderhavige situatie waar de Krim Musea de Krimschatten terugvorderen op grond van de bruikleencontracten en het recht van operationeel beheer dat volgens hen sterker is dan het recht van (bloot)eigendom van de Staat Oekraïne. Of dit laatste juist is, zal door de rechter in Oekraïne (naar het recht van Oekraïne) moeten worden beslist, nadat de Krimschatten in Oekraïne zijn teruggekeerd. Anders dan de Krim Musea betogen, betekent dit niet dat artikel 1012 Rv een overbodige bepaling is. Artikel 1012 Rv, dat een implementatie is van artikel 12 van de Europese Richtlijn, kan immers ook betrekking hebben op de situatie dat Nederland de verzoekende staat is en het cultuurgoed naar Nederland terugkeert, waarna de rechter op grond van het Nederlandse interne recht (het BW) zal beslissen over de eigendomsvraag met betrekking tot dit cultuurgoed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41c6c42a76486dd3d542fdd855dfcec5c9cd170969801149d56081185327bec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41c6c42a76486dd3d542fdd855dfcec5c9cd170969801149d56081185327bec4, en de alinea staat in dat document op bytes 61101 tot 63357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41c6c42a76486dd3d542fdd855dfcec5c9cd170969801149d56081185327bec4 | shasum -a 256