Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Alinea 24 Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:946.

5. Bij het bestreden besluit II heeft verweerder de motivering van het bestreden besluit I gewijzigd. Volgens verweerder is de overheidsopdracht tot levering van diensten en producten door [bedrijf] geheim verklaard. Verweerder heeft in dit verband verwezen naar het meegestuurde Besluit van het algemeen bestuur vts Politie Nederland van 31 januari 2008 tot geheimhouding van diensten, leveringen en werken ten behoeve van bouw-, onderhouds- en inrichtingswerkzaamheden aan het hoogbeveiligde rekencentrum van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (Besluit geheimverklaring). Overheidsopdrachten die geheim zijn verklaard worden op grond van artikel 2.23, eerste lid, onder e, van de Aanbestedingswet 2012 volledig onttrokken aan het regime van de Europese aanbestedingsrichtlijnen en aldus aan het regime van de Aanbestedingswet 2012. Vanwege de geheimverklaring van de inkoop van infrastructuur voor de verwerking van (staats)geheime informatie, is het openbaarheidsregime van de Aanbestedingswet 2012 dan ook niet van toepassing op de documenten betreffende de levering van ICT-producten en diensten door [bedrijf] . Dit betekent dat de Wob in volle omvang van toepassing is op het verzoek van eiser. De documenten die onder de reikwijdte van het verzoek van eiser vallen, zijn documenten die naar strekking en inhoud overeenkomen. De contracten, inkoopopdrachten en offertes bevatten telkens informatie over aanbod en aanvaarding van de levering van ICT-producten en –diensten van [bedrijf] aan de politie. Aan de geweigerde passages liggen steeds dezelfde weigeringsgronden ten grondslag. Een motivering per (onderdeel van een) document dient derhalve geen redelijke doel, aldus verweerder. Verweerder heeft de openbaarmaking van de betreffende passages geweigerd op grond van artikel 10, eerste lid, onder b en onder c, artikel 10, tweede lid, onder a, b, c, e en g, en artikel 11 van de Wob. Ten slotte heeft verweerder erop gewezen – naar aanleiding van eisers opmerking dat eiser in aanwezigheid van [bedrijf] gehoord zou moeten worden – dat [bedrijf] heeft aangegeven geen behoefte te hebben om te worden gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018, en de alinea staat in dat document op bytes 10243 tot 12399.