Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Onder 8.3. Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:946.

De rechtbank is van oordeel dat het hoofd Juridische Zaken op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b slechts mandaat heeft verkregen voor het ondertekenen van een besluit op een verzoek op grond van de Wob. Uit het artikel, noch uit het daarin genoemde artikel 2.1, sub m, van het Mandaatbesluit, blijkt dat aan het hoofd Juridische Zaken tevens mandaat is verleend om beslissingen op bezwaar tegen dergelijke verzoeken te ondertekenen. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat er geen specifieke bepaling in het Mandaatbesluit is opgenomen ter zake van beslissingen op bezwaar in dit kader, maar dat artikel 5.1. van het Mandaatbesluit zo moet worden gelezen dat dit ook het ondertekeningsmandaat betreft voor beslissingen op bezwaar tegen besluiten op Wob-verzoeken. De rechtbank volgt verweerder niet in dit betoog, nu dit niet blijkt uit het Mandaatbesluit noch uit enig ander stuk. Dit betekent dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen. Deze beroepsgrond van eiser slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018, en de alinea staat in dat document op bytes 16786 tot 17799.