Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Onder 11.4. Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:946.

De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de door verweerder vertrouwelijk overgelegde documenten. De rechtbank is van oordeel dat de uitzondering – genoemd in de aangehaalde uitspraak van de Afdeling – zich hier niet voordoet, nu uit de documenten niet zonder meer kan worden afgeleid welke weigeringsgrond verweerder op welk specifiek onderdeel in een document van toepassing heeft geacht. De rechtbank overweegt daartoe dat verweerder in een groot aantal van de documenten volledige alinea’s, paragrafen of zelfs pagina’s heeft weggelakt, zonder daarbij te specificeren welke weigeringsgrond op (ten minste) welke alinea van toepassing is, terwijl verweerder wel heeft aangegeven dat op delen van de teksten soms drie of vier weigeringsgronden van toepassing zijn. Het is dus niet zonder meer duidelijk op grond van welke uitzonderingsgrond geweigerd is een bepaalde passage of zinsnede openbaar te maken. Voor wat betreft de weggelakte persoonsgegevens is dit nog wel na te gaan voor de rechtbank, omdat uit die gegevens duidelijk blijkt om wat voor soort gegevens het gaat en de rechtbank daaruit kan afleiden dat verweerder de weigeringsgrond uit artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e van de Wob heeft toegepast. Dat geldt echter niet of in veel mindere mate voor de andere gegevens die zijn weggelakt. Ter illustratie verwijst de rechtbank naar de openbaar gemaakte stukken 2 en 3, waarin grote tekstblokken geheel zijn weggelakt, terwijl – de stukken gezien hebbend – niet goed is af te leiden welke weigeringsgronden verweerder op welke passages binnen die tekstblokken van toepassing acht. Dat maakt het voor de rechtbank onmogelijk om precies na te gaan of de openbaarmaking van onderdelen terecht is geweigerd en of de belangenafweging in het nadeel van eiser heeft kunnen uitvallen. Dit klemt te meer omdat op de rechtbank de verplichting rust om nauwkeurig te onderzoeken of aan de motiveringsplicht is voldaan en daarbij heel precies gekeken moet worden of delen van documenten kunnen worden verstrekt, nu openbaarheid het uitgangspunt is van de Wob. Het stuk van 11 januari 2016 heeft hierin per document wel iets meer duidelijkheid gegeven, maar met de gevolgde werkwijze is niet voldoende inzichtelijk gemaakt welke gronden en belangenafweging verweerder aan het niet openbaar maken van de verschillende passages in de documenten ten grondslag heeft gelegd. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit II in zoverre een toereikende motivering ontbeert. Deze beroepsgrond slaagt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbea3f5aa9df674a9c2862ff9645a1205e348ffb1fc103303258b26b56806018, en de alinea staat in dat document op bytes 23904 tot 26493.