Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 december 2016

Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 28 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633.

CS legt hieraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag. CS heeft op grond van de hiervoor onder 2.2 bedoelde bepaling recht op vergoeding door OSX van al haar advocaatkosten, ongeacht wanneer deze zijn gemaakt. Al haar daartoe strekkende vorderingen dienen in het faillissement te worden erkend, ongeacht wanneer deze zijn ontstaan. CS heeft al deze vorderingen dan ook – deels pro memorie – ter verificatie ingediend. De curator, die de hoogte van de diverse vorderingen niet heeft betwist, heeft de erkenning vervolgens ten onrechte beperkt tot de vorderingen die zijn ontstaan vóór de dag waarop aan OSX voorlopig surseance van betaling is verleend. Ook de vorderingen die zijn ontstaan vanaf de dag waarop aan OSX voorlopig surseance van betaling is verleend tot aan de dag waarop OSX in staat van faillissement is verklaard dienen in het faillissement te worden erkend, net als de vorderingen die zijn ontstaan vanaf de dag waarop OSX in staat van faillissement is verklaard, aldus CS.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eed5b674112a2c15a6f77678eeb3c764c61fb10d007ac53d727048663091de5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eed5b674112a2c15a6f77678eeb3c764c61fb10d007ac53d727048663091de5, en de alinea staat in dat document op bytes 11921 tot 12936.