Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 december 2016
Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 28 december 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9633.
Partijen zijn allereerst verdeeld over de gevolgen van het feit dat de (voorlopige) surseance van betaling is gevolgd door het faillissement voor de (on)mogelijkheden tot erkenning in het faillissement van vorderingen die zijn ontstaan vanaf de dag waarop aan OSX voorlopig surseance van betaling is verleend. De curator betoogt dat dergelijke vorderingen niet kunnen worden erkend. Hij beroept zich op het – volgens hem ook in geval van surseance van betaling geldende, volgens hem onder meer in artikel 228 Faillissementswet (Fw) neergelegde – fixatiebeginsel en op artikel 249 Fw. CS betoogt het tegenovergestelde. Zij meent dat het fixatiebeginsel in de door de curator bedoelde zin zich pas doet gelden bij de faillietverklaring en dat artikel 249 Fw dat niet anders maakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eed5b674112a2c15a6f77678eeb3c764c61fb10d007ac53d727048663091de5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eed5b674112a2c15a6f77678eeb3c764c61fb10d007ac53d727048663091de5, en de alinea staat in dat document op bytes 14186 tot 14981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4eed5b674112a2c15a6f77678eeb3c764c61fb10d007ac53d727048663091de5 | shasum -a 256