Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016
Onder 4.7. Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 februari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9692.
In combinatie met hetgeen onder 4.4 is overwogen, betekent het voorgaande dat de vorderingen geen van alle toewijsbaar zijn. Bij die stand van zaken hoeven de verjarings- en klachtplichtverweren van ABN Amro niet te worden besproken. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op € 3.864,= voor griffierecht en € 5.160,= (2 punten à tarief VII) voor salaris advocaat, totaal € 9.024,=.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6920c5a0cff88ef5f58e3a4a5729f85ac39c4a5e3fc49ed74c2179587fb375af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6920c5a0cff88ef5f58e3a4a5729f85ac39c4a5e3fc49ed74c2179587fb375af, en de alinea staat in dat document op bytes 25980 tot 26454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6920c5a0cff88ef5f58e3a4a5729f85ac39c4a5e3fc49ed74c2179587fb375af | shasum -a 256