Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9824.

Dit verweer slaagt niet. Allereerst hebben de artikelen 12 en 13 ABV en artikel 9 ABV REF geen betrekking op de inhoud van overeenkomsten tussen de bank en haar cliënten of een eventuele schending van de zorgplicht van de bank in de relatie tot de klant, maar op de gebondenheid van de cliënt aan de juistheid van door de bank verstrekte gegevens. De daarin genoemde klachttermijnen zijn dan ook niet van toepassing op de onderhavige situatie. In hetgeen ING heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding af te wijken van de bestaande jurisprudentie op dit punt. Het beroep op artikel 6:89 dan wel 7:23 lid 1 BW biedt ING evenmin soelaas. De rechtbank is van oordeel dat [eiser] niet reeds in 2006, maar pas in oktober 2013 op de hoogte geraakte van de gestelde tekortkoming, toen hij geconfronteerd werd met de gevolgen van het verschil tussen de looptijd van de renteswap en die van de euriborlening. Hij heeft op 31 juli 2014 geklaagd. Dat is binnen bekwame tijd en dus niet te laat. Bovendien had ING ook reeds uit de doorhaling van het tekstgedeelte in de Beëindigingsovereenkomst (2.13) kunnen opmaken dat [eiser] meende mogelijk nog een vordering te hebben op ING in verband met de renteswap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd, en de alinea staat in dat document op bytes 22353 tot 23574.