Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9824.
De rechtbank vat de primaire vordering op als een beroep op artikel 6:228 BW, lid 1 sub b, dus als een verwijt dat ING [eiser] had behoren in te lichten, niet dat een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven (artikel 6:228 BW, lid 1 sub a). Dit beroep slaagt echter niet. Uitgangspunt is dat degene die een overeenkomst aangaat, moet voorkomen dat hij de overeenkomst sluit onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. Van hem mag worden verlangd dat hij het verstrekte voorlichtingsmateriaal en de conceptovereenkomsten voldoende grondig bestudeert en vragen stelt indien deze stukken onduidelijkheden bevatten. De rechtbank stelt vast dat op grond van de door ING aan [eiser] voorgelegde stukken niet voor misverstand vatbaar was dat de euriborlening voor een periode van zeven jaar werd gesloten en de renteswap voor tien jaar, beide vanaf 1 oktober 2006. Dat de voorwaarden van de euriborlening bij een eventuele verlenging na afloop van de looptijd gewijzigd konden worden bleek niet alleen uit de offerte, maar was ook vanzelfsprekend. Bovendien kon met een redelijke mate van inspanning uit (onder andere) de onder 2.3 bedoelde powerpoint-slide (en de vergelijkbare afbeelding in de productkaart) worden afgeleid dat met de renteswap alleen de euriborrente werd uitgeruild en dat de daarbovenop komende opslag niet door de renteswap werd beïnvloed. Zodoende was ING bevoegd om die opslag na afloop van de euriborlening te herzien zonder dat de renteswap daartegen bescherming bood. Dat de renteswap een negatieve waarde zou kunnen ontwikkelen, is evenzeer af te leiden uit de aan [eiser] verstrekte informatie en de door hem ondertekende overeenkomsten. De door hem ondertekende “Allowancefaciliteit” (zie hiervoor onder 2.8) betrof immers een speciaal voor dit risico in het leven geroepen faciliteit. Indien hierover onduidelijkheden bestonden bij [eiser] , had het op zijn weg gelegen om, alvorens de overeenkomsten aan te gaan, nadere vragen te stellen aan ING over de gevolgen van het voortbestaan van de renteswap na afloop van de euriborlening. Dit om te voorkomen dat hij de overeenkomst met een verkeerde voorstelling van zaken zou sluiten. [eiser] heeft niet gesteld - en evenmin is gebleken - dat hij dit heeft gedaan. Dit brengt met zich dat een eventuele dwaling ten aanzien van de bescherming tegen hogere rentelasten en de afwezigheid van nadelen en risico’s in de periode dat de renteswap na afloop van de euriborlening doorliep voor eigen rekening van [eiser] moet blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd, en de alinea staat in dat document op bytes 24928 tot 27458.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd | shasum -a 256