Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9824.

Het was dit specifieke risico, gelegen in de verschillende looptijden van de lening en de swap, waarop ING uitdrukkelijk moest wijzen en ten aanzien waarvan ING zich moest vergewissen dat [eiser] het welbewust aanvaardde en wilde dragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft ING dat onvoldoende gedaan. In de aan [eiser] verstrekte schriftelijke informatie is niets te vinden over het verschil in looptijd en de daarmee samenhangende risico’s. Volgens [eiser] is hij er ook mondeling niet op gewezen. ING heeft het tegendeel niet aannemelijk kunnen maken. Desgevraagd is namens ING ter zitting verklaard dat er wel gesproken moet zijn over de looptijden en dat het wel zo moet zijn dat [eiser] bewust heeft gekozen voor verschillende looptijden. ING heeft echter niet concreet aangevoerd dat zij [eiser] op de risico’s daarvan heeft gewezen. Op basis van welke concrete, van ING afkomstige, informatie [eiser] zijn beslissing zou hebben genomen, is daarmee niet duidelijk gemaakt. Daarmee heeft ING naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangedragen die, indien bewezen, zouden kunnen leiden tot de conclusie dat ING op dit punt aan haar informatie- en waarschuwingsplicht heeft voldaan. Dit betekent dat ook niet aan bewijslevering wordt toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d4fb0bcc72847870e58bf79f528286de09bac8fbcd1dc62193102621ec1b1fd, en de alinea staat in dat document op bytes 31657 tot 32969.