Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 februari 2017

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 1 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:101.

Daarbij komt dat Maastank geacht moet worden uiterlijk rond 18 mei 2009 (2.12) bekend te zijn geraakt met de overhedge en dat de verjaringstermijn voor een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling vanaf dat moment is gaan lopen, aangezien Maastank toen geacht moet worden zowel met de vordering als met de persoon van de ontvanger bekend te zijn geworden (artikel 3:309 BW). Hetzelfde geldt voor zover de vordering van Maastank is gebaseerd op schadevergoeding vanwege ongerechtvaardigde verrijking door de bank. Ook daarvoor geldt een verjaringstermijn van vijf jaar, welke termijn eveneens op 18 mei 2009 is gaan lopen aangezien Maastank toen bekend moet worden geacht te zijn geworden met zowel de schade als met de eventueel daarvoor aansprakelijke persoon (artikel 3:310 BW). Dat daarvoor nader (deskundig) onderzoek noodzakelijk was is zonder nadere toelichting niet begrijpelijk; het gaat in deze immers uitsluitend om het aangaan van een overbodige swap (en niet over het doorgronden van aan renteswaps verbonden risico’s). Vervolgens is gesteld noch gebleken dat Maastank de verjaringstermijn binnen de genoemde termijn van vijf jaar heeft gestuit, zodat de verjaring is voltooid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bea24427816be7920cdf2f444a9968b59bf2d292ea866cc5fcbc1c72a91c857. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bea24427816be7920cdf2f444a9968b59bf2d292ea866cc5fcbc1c72a91c857, en de alinea staat in dat document op bytes 30949 tot 32166.