Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 maart 2017

Onder 4.13. Rechtbank Amsterdam 8 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1302.

Met betrekking tot de vraag of de bank in dit geval aan die zorgplicht heeft voldaan, overweegt de rechtbank als volgt. De door [eiser] onder de lening verschuldigde opslag bedroeg 0,75% (2.3) en de vaste swaprente 4,81% (2.5); tezamen was bij aanvang door [eiser] dan ook 5,56% rente verschuldigd. Later bedroeg deze rente 5,697% respectievelijk 5,987% (2.6). Ter comparitie heeft mr. Beljon namens [eiser] echter beaamd dat er geen opslagverhogingen hebben plaatsgevonden. Mr. Van der Leeuw heeft namens de bank ter zitting verklaard (pleitaantekeningen onder 13) dat de bank de opslag “ondanks de matige gang van zaken van de onderneming” onveranderd heeft gelaten, hetgeen erop wijst dat de bank wel bevoegd was tot opslagverhoging. Bij deze stand van zaken gaat de rechtbank ervan uit dat de opslagverhogingsbevoegdheid wel is overeengekomen, maar dat daarvan geen gebruik is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e452e654841eb87f7e83bd7f233d97d41591382fd6d4b98c33336be1b119717. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e452e654841eb87f7e83bd7f233d97d41591382fd6d4b98c33336be1b119717, en de alinea staat in dat document op bytes 33640 tot 34548.