Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 maart 2017

Onder 3 Rechtbank Amsterdam 22 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1971.

( II) dienen, mede gelet op de in rechtsoverweging 3.7.2 van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 (Koot Beheer/Tideman q.q.) geformuleerde rechtsregel, de vorderingen van een schuldeiser die voortvloeien uit een op de dag waarop aan de schuldenaar surseance van betaling is verleend reeds met de schuldenaar bestaande rechtsverhouding maar die zijn ontstaan op of na die dag, althans op of na de dag waarop de schuldenaar in staat van faillissement is verklaard, maar steeds vóór de dag waarop het faillissement eindigt, in het faillissement te worden erkend;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34a8e4f09427192163965442e6c57ca8049d2c208a2bae2142114f423be2a513. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34a8e4f09427192163965442e6c57ca8049d2c208a2bae2142114f423be2a513, en de alinea staat in dat document op bytes 13876 tot 14499.