Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 mei 2017
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 3 mei 2017
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2970.
Ten aanzien van de kenmerken en de risico’s van de renteswap en het bestaan van alternatieve producten overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt is dat degene die een overeenkomst aangaat, moet voorkomen dat hij de overeenkomst sluit onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. Van hem mag worden verlangd dat hij de verstrekte documentatie voldoende grondig bestudeert en vragen stelt indien deze stukken onduidelijkheden bevatten. De rechtbank stelt vast dat in dit geval voorafgaand aan het aangaan van de renteswap onder meer het Informatieblad Treasurydienstverlening en het productinformatieblad Rente Swap ter beschikking is gesteld. In deze documentatie staat dat aan een renteswap risico’s zijn verbonden ingeval de renteswap tussentijds zou worden beëindigd, dat de renteswap op dat moment mogelijk een negatieve waarde zou kunnen hebben en dat deze negatieve waarde door [eiser] aan Deutsche zou moeten worden vergoed. Ook staat in het Informatieblad Treasurydienstverlening de werking van andere producten, zoals een rentecap, uitgelegd. Indien dit voor [eiser] na lezing van deze documentatie onvoldoende duidelijk was, had het op zijn weg gelegen zich de nodige inspanningen te getroosten de strekking van de overeenkomst wel te begrijpen. [eiser] kan zich dan niet met vrucht op dwaling beroepen omdat Deutsche door het ter beschikking stellen van de genoemde documentatie heeft voldaan aan de op haar rustende plicht (als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 aanhef sub b BW) [eiser] op essentiële punten voldoende duidelijke inlichtingen te verschaffen om een eventueel onjuiste voorstelling omtrent de mogelijk aan de renteswap verbonden risico’s, waaronder in het bijzonder het risico van een negatieve waarde bij beëindiging van de renteswap, redelijkerwijze te voorkomen. Indien [eiser] geen kennis heeft genomen van de verstrekte documentatie of die documentatie na lezing daarvan niet begreep, maar daarover geen vragen heeft gesteld, moet de dwaling op grond van artikel 6:228 lid 2 BW voor zijn rekening blijven. Dit laat onverlet dat – zoals hierna aan de orde komt – op Deutsche uit hoofde van haar (bijzondere) zorgplicht verder reikende informatie- en waarschuwingsplichten kunnen rusten dan de plicht inlichtingen te verschaffen (vgl. Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815 en Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 15 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1052).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fd671fd4e66e59bf45f3e6929eb8f72a0634e74dc759c9c882f929267a2712e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fd671fd4e66e59bf45f3e6929eb8f72a0634e74dc759c9c882f929267a2712e, en de alinea staat in dat document op bytes 28884 tot 31305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fd671fd4e66e59bf45f3e6929eb8f72a0634e74dc759c9c882f929267a2712e | shasum -a 256