Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Alinea 21 Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2972.

3. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank, samengevat, het volgende overwogen. De rechtbank was het met eiseres eens dat niet op voorhand is uitgesloten dat artikel 6, derde lid, onder c, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van toepassing is op de bezwaarfase. Verweerder had zich op het standpunt gesteld dat dat niet zo was en daarom is het besluit in ieder geval onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank heeft vervolgens bekeken of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. In dat kader heeft de rechtbank geoordeeld dat het weigeren van de toevoeging in dit geval niet in strijd is met artikel 6, derde lid, onder c, van het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19, en de alinea staat in dat document op bytes 8510 tot 9255.