Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Alinea 22 Rechtbank Amsterdam 4 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2972.

Ook is volgens eiseres sprake van een ongelijke behandeling in vergelijking met de handelswijze van verweerder in strafrechtelijke procedures. In het geval van een TOM (Taakstraf Openbaar Ministerie)-zitting, of als het voornemen bestaat om een strafbeschikking op te leggen, heeft een verdachte namelijk wel recht op kosteloze rechtsbijstand tijdens die procedure. Maar als het, zoals hier, gaat om een bezwaarprocedure tegen een boete wordt er geen toevoeging verleend. In beide gevallen gaat het om een bestraffende sanctie die in een voorfase (namelijk vóór eventuele toegang tot de rechter) wordt opgelegd. De rechtbank vond dat verweerder niet goed kon uitleggen waarom dit onderscheid wordt gemaakt. De rechtbank heeft verweerder daarom in de gelegenheid gesteld om dit gebrek in de besluitvorming te herstellen en te motiveren waarom dit verschil met de TOM-zitting bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d303a0eddf2de19e10af056eb6fe07810d2f7e2c679cfe3b94db826c43a0ce19, en de alinea staat in dat document op bytes 9261 tot 10159.